Het geheim van Nabelan Kabelan!

Je stapt in een vliegtuig in de zogenaamde beschaafde wereld. Honderd minuten later land je in het stenen tijdperk van Papoea Nieuw Guinea. Je wordt omringd door honderden ongewassen, stinkende en met pijl en boog bewapende mannen. Je bent daar om hen een boodschap van vrede te brengen, maar kent geen woord van hun taal. En toch…. …. Een taal kan geleerd en angsten kunnen overwonnen worden. Van oudsher zochten deze mensen naar Nabelan Kabelan, oftewel ‘eeuwig leven’ … een aanknopingspunt! Jezus Christus heeft Het Geheim van Nabelan Kabelan. De reacties zijn overweldigend. Duizenden mensen komen tot Hem. Het boek Handelingen komt tot leven in Nieuw-Guinea. In 1954 stuurde de C&MA de eerste werkers naar de Baliemvallei. Daar ging ook Jacques Teeuwen met zijn vrouw en twee jonge kinderen heen. In het boekje lezen we over de enorme veranderingen die het geloof in de Heere Jezus in het leven van deze Papoea’s aanbrengt. Enkele citaten: De Dani’s waren heel vlug en radicaal in het herkennen van de consequenties van de nieuwe geestelijke werkelijkheid. Hun eenvoud en moed waren vaak een uitdaging voor de zendelingen die deze principes geïntroduceerd hadden. De Dani’s redeneerden als volgt: “Als God net zo van onze vijanden houdt als van ons, willen wij ze niet meer aanvallen en doden. Als we geen oorlog meer gaan voeren, hebben we geen Het Geheim van Nabelan Kabelan pijlen en bogen en ander wapentuig meer nodig. Omdat we ze niet meer nodig hebben, kunnen we ze net zo goed verbranden.” Vanaf de zendingspost was duidelijk te zien hoe groepjes mensen uit alle windstreken de smalle bergpaadjes afdaalden en onze kant opkwamen. Iedere man droeg zijn eigen bewapening: pijlen, bogen, drie meter lange speren, geweven ‘kogelvrije’ vesten van bamboe, schilden en uit beenderen vervaardigde dolken…. al het oorlogsmaterieel werd op een enorme stapel van wel tien, twintig meter lang neergegooid. De mensen zaten er in een grote kring omheen. Een dorpshoofd stond op en sprak de zwijgende menigte kort toe. Iedereen wist toch waar het nu om ging? Niettemin ging er een siddering door de wachtenden, toen een man met een brandende stok in zijn hand uit een van de hutten tevoorschijn kwam. Hij plaatste de vlammende tak tegen de indrukwekkende brandstapel, waarna het kurkdroge materiaal, aangemoedigd door een bereidwillige wind die de vlammen in actie blies, begon te knetteren en knisperen. Dikke, zwarte rookwolken, die uit de laaiende vlammen omhoogstegen, waren het teken voor de toeschouwers om te gaan zingen. Eerst terughoudend, alsof ze geïntimideerd waren door het loeiende vuur. Toen de ban gebroken was, werd er uit volle borst gezongen. Het was een lied ter ere van Hem die deze massale omwenteling in het bestaan van de stam had veroorzaakt. Terwijl de vuurgloed langzaam verbleekte, begon een nieuwe gedachte zich te vormen in de harten van de Ala apuri, kinderen van God, in deze lang vergeten vallei. De gedachte was niet alleen uniek, maar tegelijkertijd beangstigend…. Ze wilden ongewapend naar hun gewapende vijanden gaan. Om hen te vertellen dat God hen geschapen heeft en van hen houdt. “Zij moeten toch ook weten dat Jezus hun het geschenk van Nabelan Kabelan aanbiedt?” Op de vraag van de zendeling of ze niet bang waren, was het antwoord: “Maar onze vijanden zijn toch slechte mensen. Omdat ze slecht zijn, zullen ze in het Grote Vuur terechtkomen. Maar Jezus houdt van hen en daarom doen wij het ook.” En: “Je hebt ons verteld dat als we doodgaan, we naar Gods tuin zullen gaan.” De Dani taal kende geen woorden voor hemel of hel. “Misschien zullen onze vijanden ons doden. Nou en? Dan gaan we toch regelrecht naar de tuin van God?” Iedereen knikte instemmend en glimlachte bij de gedachte dat dit heerlijke vooruitzicht misschien al heel gauw werkelijkheid zou worden. Jacques Teeuwen; Het Geheim van Nabelan Kabelan Uitg. Boekscout.nl

ISBN 9789088345661