De broederkring komt bijeen op elke derde donderdag van de maand om 19:30 uur.

De Broederkring heeft als doel:
Mee te werken aan de uitbreiding van het Koninkrijk van God door middel van onderlinge verbondenheid, saamhorigheid, bemoediging en opbouw en als  verantwoordelijkheidsdragers in gezin, gemeente en samenleving. Tijdens de avond wordt een interessant thema besproken waarbij opvallend openhartige gesprekken plaatsvinden; hierdoor worden o.a. de wederzijdse banden en het vertrouwen versterkt.

Verslag Broederkring donderdag 17 september 2020

Een bijzonder vergadering. Zittend in een kring met stoelen op afstand van 1,5 meter van elkaar. Het zitten in een kring doet denken aan de cultuuromslag in het verleden toen de centrale positie van één leider verschoof naar gildes van gelijkwaardigen. Opening:  Hand.10:33 Wij zijn dan nu allen hier aanwezig, in de tegenwoordigheid van God, om alles te horen wat u door God bevolen is.Door de viruspandemie zijn we in een veranderende wereld gekomen. (Lucas 21:9-11) Hoe nu verder?

Er is met het bestuur gebrainstormd met de volgende conclusies:

– Een “denktank”, zal zorgen voor een gespreksonderwerp. 

– Er zal een enquête gezonden worden naar alle potentiele broeders.

– De bijeenkomsten zullen niet genotuleerd worden, ieder mag voor zichzelf notities maken.

– De gespreksregel zal zijn: één persoon tegelijk en ieder gelijke kans.

– Er zal een werkverdelingsregel komen.

Enkel punten uit het overleg:

Aansluitend op de Bijbelstudie van br. Passchier: Wij zijn gered om te dienen. Efeze 2:8-10; Mat. 21:28Hoe kunnen we in de belevingswereld van de jeugd komen? Vanwege de veranderende wereld  werd gewezen op Lucas 21.

Verslag Broederkring donderdag 20 Februari 2020

Thema:      Lofzang op Gods welbehagen in Christus (Efeze 1:1-14

Roel Vos had de leiding voor deze avond, die ging over onze identiteit: wie ben ik?     

De Heere God noemt ons Zijn kinderen en als zodanig hebben wij de identiteit van
Christus, zijn we hemelburgers, maar we leven ook nog als burgers in de wereld.  
Elkmens is uniek, heeft een “ik” met een eigen herkenbare persoonlijkheid in relatie met anderen. Wat bepaalt die “ik”, wat is je eigen zelfbeeld? Is dat positief of negatief? Wordt dat bepaald door ons kunnen, weten, uiterlijk, wat anderen ervan zeggen? Dat begint al in de kinderjaren. Bemoedigen doet goed, maar veel kinderen ervaren dat niet. De gemeenschap kan ook een bepalende factor zijn in ons zelfbeeld. Opgroeien in een achtergestelde groep kan een stempel op ons drukken. Het antwoord op de vraag ‘wie ben ik’ zoeken we als kind van God op de verkeerde plaats als we letten op ‘wat we doen’, ‘wat anderen er van zeggen’. Zelfs de beoordeling naar ‘kerkelijke gemeenschap waaruit men komt’ kan een verwrongen zelfbeeld geven. Voor een kind van God is het belangrijk te beseffen dat we geliefd zijn door God onze Vader, die daarvoor de hoogste prijs betaald heeft door Jezus Christus. Als we door geloof in Hem opnieuw geestelijk herboren zijn mogen we daarna geestelijk groeien. Hoe kunnen wij elkaar daarin helpen? Hoe helpen wij als hemelburgers elkaar als burgers met identificatiekaart en paspoort te leven in een wereld die zich van God de Schepper afkeert? De inleiding gaf weer volop spraakwater waarin openhartig van gedachten en persoonlijke ervaringen gewisseld werd. Om een indruk te geven enkele punten met Bijbelse verwijzingen.  Het gaat om onze Schepper, in de Heere Jezus zijn we een erfdeel geworden; zijn we weer Zijn eigendom geworden (Ef.1:11). We zijn uit de macht van satan vrijgekocht. Om dat te zien zijn ‘verlichte ogen van ons verstand’ nodig (Ef.1:17,18) Als hemelburgers kunnen wij moeite en verdrukking verwachten (Joh.16:33). Dat ervaren vervolgde gelovigen in de meeste landenopenlijk maar in ons land onzichtbaar, occult. Onze identiteit hoort Christus te zijn; dat betekent denken, handelen, liefhebben zoals Hij (Luc.6:27). Daaraan zijn we herkenbaar in de wereld (Joh.13:34,35). De verschillende kerkgenootschappen zijn te zien als verschillende kamers in het huis Gods. In elk kerkgenootschap is het de verantwoordelijkheid van de leidinggevenden om de orde in hun eigen  ‘kamer’ te bewaren. Het gaat om de Bewoner van het ‘huis Gods’, dat is Jezus Christus. Als de leden hun kamers uitkomen is het hun gezamenlijke taak aan de wereld te tonen wie Jezus Christus is. http://dewegwijzer.net Uit Ef.2:10 kunnen we leren door onze naam in te vullen: ‘ik…., ben Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat ik daarin zou wandelen’. Als hemelburger zullen we niet oordelen (Mat.7:1). We zijn vrijgemaakt (Joh.8:36). Ons eigen ik moeten we dagelijks kruisigen met Christus (Gal.2:20). En Christus dagelijks navolgen (Fil.3:17-20). Wij leven op bezet gebied en ervaren geestelijke strijd (Ef.6:10-20)

 

Een concrete praktische vraag kwam van Marije Perik, Waypoint Twenterand (https://benjijvrij.nl/twenterand ):  Zijn er broeders die als ‘buddy’ verslaafden willen helpen vrij te komen? 

Verslag Broederkring donderdag 21 november 2019

Thema:          Aan de vruchten kent men de boom – en de gemeente (Openb.2:1-7)

De voorzitter vroeg na het lezen: “Heeft iemand een vraag of opmerking?” Genoemd werden: – de liefde van Christus tonen, – verkeerde ideeën afwijzen De gesprekken kwamen weer volop aan gang en er waren persoonlijke openlijke getuigenissen. Hier alleen een aantal punten met Bijbelse verwijzingen:

▪ Wat is liefde? God is liefde en gerechtigheid; Hij wijst niemand af maar corrigeert wel. Liefde is meer dan werken; we kunnen die zien in de Heere Jezus en wat het Hem kostte.

▪ Elk mens heeft aandacht en liefde nodig. Ieder heeft zijn eigen problemen, beschadigingen en tekortkomingen. Als men als kind niet geleerd heeft aan een ander te geven is het in het latere leven moeilijker en voelt men zich door anderen in de steek gelaten. (Luc.6:36-38)

▪ Het gaat om een relatie met de Geest van Jezus. (Joh.15:1-5) Hoe brengen we dat in praktijk als onze karakters moeilijk met elkaar overweg kunnen en we geneigd zijn langs elkaar te lopen. We moeten steeds weer terug naar de Bron (Joh.13:12).

▪ De druk van de (digitale) wereld is groot. Een echtpaar krijgt verbaasd te horen: ‘hoe houdt u het samen 54 jaar uit?’; het antwoord is: ‘liefde zoekt zichzelf niet’ (1Kor.13:5)..

▪ Het verkeerde afwijzen betekent niet, ‘met het vingertje wijzen’, maar samen met de zondaar op weg gaan naar Jezus. Zich afvragen: ‘wat zet mij in beweging om te gaan met een dwalende broeder’. (Jer.2:2) Door genade zijn we behouden (Ef.2:5)

▪ Werken van de gemeente moeten uit liefde en in relatie met Jezus Christus gedaan worden, anders wordt de kandelaar (de Geest van God) weggenomen. (Openb.2:5) De Heere Jezus waarschuwt voor werken vanuit een verkeerde bron (Mat.7:22)

▪ ‘Wat adem ik uit’ Wij mogen Gods heiligheid uitademen. Wie komen de mensen tegen als ze mij zien of ontmoeten? Is dat de vrucht van de Geest? (Gal5:22) Zien zij Christus in ons?

Veel Bijbelteksten zeggen ons: ga met jezelf aan het werk (Joh.13:35)

▪ Wij kunnen teleurgesteld zijn in God, doordat we Hem niet kunnen doorgronden met onze menselijke verstand. (2Kor.12:9)

▪ Zonde belijden hersteld de relatie met God en de mens. Dat lezen we bij David, de man naar Gods hart (2Sam.12:13)

▪ Ezechiël 3:18 wijst op onze verantwoordelijkheid. Hoe kunnen we in de tijd die ons nog gegeven wordt mensen bereiken met Jezus Christus?

▪ Alle 7 brieven in Openbaring bevatten waarschuwingen voor de huidige gemeentes. De brief aan Laodicea waarschuwt bijvoorbeeld tegen de wereldse liberalisatie en democratie.

▪ Een belangrijke taak: bidden voor de gemeente, het Lichaam van Christus. Laten we beseffen dat zonder geestelijke strijd geen overwinning behaald kan worden. (Ef.6:10-20)

▪ Psalm 23 De stok van de herder weert roofdieren (1Sam.17:35); zijn staf geeft aanwijzing en strijkt om wonden te verzorgen. Zo worden wij beschermt tegen boze machten door het bloed van de Heere Jezus en wijst en vertroost Zijn Woord ons.

▪ Laten we niet verzuimen elkaar te bemoedigen in de gemeente en dankbaar zijn voor het vele goede: – mensen die vanuit de wereld in de gemeente komen en dat ‘warmer’ ervaren dan de vleselijke familie; – veel jongeren die er komen; – evangelisatie o.a. op de kerstmarkt enz. Het was weer een broederlijke avond, daar mogen dankbaar voor zijn.